Voor makers die draagbare inlegzolen printen

TPU-inlegzolen printen.
Een startprofiel dat je kunt afstellen.

Bij het printen van inlegzolen in flexibel TPU kan veel misgaan: draadjes, onderextrusie of een print die loskomt van het printbed. Deze gids helpt je TPU-inlegzolen goed te printen, met een startprofiel voor de slicer, voorbereiding om veelvoorkomende problemen te voorkomen, oplossingen voor problemen die toch optreden en uitleg over de afwerking met een toplaag. Gebruik je eigen STL of genereer er een in enkele minuten.

TPU 95A 20% gyroïde ~30 mm/s Direct-drive aanbevolen
Een gids voor makers. Dit zijn startpunten voor het printen van draagbare inlegzolen. Controleer altijd of de instellingen passen bij je eigen printer en filament. Geprinte inlegzolen zijn bedoeld voor comfort en pasvorm; het zijn geen voorgeschreven medische steunzolen.
Slicerinstellingen

Een TPU-startprofiel voor inlegzolen.

Een voorbeeldprofiel om inlegzolen in flexibel TPU te printen op een FDM-printer met direct-drive-extruder. Gebruik het als uitgangspunt en stem het af op je filament en printer: de beste temperatuur en materiaaltoevoer verschillen per TPU-merk.

Instelling Waarde Waarom
MateriaalTPU 95ADe hardheid waarvoor dit voorbeeldprofiel is opgesteld. Steviger TPU is meestal makkelijker te printen; zachter TPU van 85A–90A vraagt om lagere snelheden en voorzichtigere instellingen.
Nozzletemperatuur220–235 °CVoldoende materiaaltoevoer voor een gelijkmatige extrusie van flexibel filament; verlaag de temperatuur als er draadjes ontstaan.
Printbedtemperatuur30–45 °CEen beetje warmte helpt de eerste laag te hechten zonder te zacht te worden.
Nozzle0,4 mmStandaard; voor gewoon TPU is geen speciale hardware nodig.
Snelheid~30 mm/sEen lage, constante snelheid zorgt dat het zachte filament gelijkmatig wordt aangevoerd.
Infill20% gyroïdeBuigt en veert in alle richtingen gelijkmatig terug: de structuur die voor demping zorgt.
Wanden3 perimetersEen stevige buitenwand en een strak oppervlak boven de infill.
Laaghoogte0,2 mmEen balans tussen printtijd en een glad bovenvlak.
Extrusiefactor~103–105%Een beetje overextrusie vult openingen in het flexibele materiaal op, zodat de zool stevig aanvoelt.
RetractieLaag / minimaalTPU kan uit de nozzle nadruppelen. Houd de retractie kort, of schakel die bij direct-drive uit, om verstoppingen te voorkomen.

Een direct-drive-extruder wordt sterk aanbevolen. Flexibel TPU wordt door lange Bowden-buizen minder betrouwbaar aangevoerd. Een direct-drive-opstelling van Bambu Lab, uit de Prusa MK-serie of van het Voron-type kan er veel beter mee overweg. Verlaag bij een Bowden-opstelling de snelheid en stel de retractie zorgvuldig af.

Controleer eerst het technische gegevensblad van je filament. De aanbevolen temperaturen verschillen per merk en printoppervlak. Voorbeelden: Bambu Lab TPU 95A HF: nozzle 220–240 °C, printbed 30–35 °C; Polymaker PolyFlex TPU95: 210–230 °C, 25–60 °C; Prusa’s algemene gids voor flexibele materialen: 230–245 °C, 60–75 °C. De waarden hierboven zijn een ongetest voorbeeld binnen dat bereik, geen garantie voor jouw printer.

Voordat je gaat printen

Vier dingen om eerst voor te bereiden.

Veel TPU-printproblemen ontstaan al vóór de eerste laag. Een paar minuten voorbereiding kan voorkomen dat je een print van meerdere uren moet weggooien. Zorg dus dat deze vier punten op orde zijn voordat je op de instellingen hierboven vertrouwt.

Filament drogen

TPU neemt vocht op

Een vochtige rol filament sputtert, trekt draadjes en knettert tijdens het printen. Droog TPU vóór het printen volgens het technische gegevensblad van je filament (Bambu Lab en Polymaker vermelden beide 70 °C gedurende 8 uur). Gebruik een filamentdroger of droogoven met geforceerde luchtcirculatie, geen magnetron of keukenoven, en houd het filament ook tijdens het printen droog.

Direct-drive gebruiken

Zorg voor een gelijkmatige aanvoer van het zachte filament

Een direct-drive-extruder voert flexibel TPU veel betrouwbaarder aan dan een lange Bowden-buis. Verlaag bij Bowden de snelheid sterk en stel de retractie af; anders kun je bij langere prints verstoppingen verwachten.

Printbed voorbereiden

Schoon printoppervlak, lichte verwarming

Maak het printoppervlak vetvrij, stel het printbed in op 30–45 °C en voeg een brim toe. TPU hecht goed op schoon PEI of een oppervlak met textuur, soms bijna te goed.

Plat neerleggen, zonder ondersteuning printen

Leg de zool op zijn onderkant

Print de inlegzool plat, met de onderkant naar beneden. Een gebruikelijke inlegzoolvorm heeft geen steile overhangende delen en heeft dus geen ondersteuning nodig. Zo blijft de onderkant netjes en bespaar je printtijd en filament.

Problemen oplossen

Vier veelvoorkomende printproblemen bij TPU-inlegzolen oplossen.

Dit zijn vier veelvoorkomende problemen bij het printen van TPU-inlegzolen. Per probleem lees je wat je ziet, wat de waarschijnlijke oorzaak is en hoe je het oplost. Zo herken je snel wat er misgaat, zonder te gokken en opnieuw te printen.

Draadjes (stringing) / nadruppelen

Dunne draadjes over de print

De nozzle is te heet, de retractie is te laag of het filament is vochtig. Oplossing: verlaag de nozzletemperatuur in stappen van 5 °C, stel een bescheiden retractie in en droog het TPU vóór het printen in een filamentdroger of droogoven met geforceerde luchtcirculatie.

Onderextrusie

Openingen, dunne wanden, een slappe print

Het zachte filament slipt of er wordt te weinig materiaal aangevoerd. Oplossing: verlaag de snelheid tot ~30 mm/s, verhoog de temperatuur met 5 °C, verhoog de extrusiefactor richting 105% en controleer de aandrukspanning van de extruder. Direct-drive helpt hier het meest.

Kromtrekken (warping) / loskomen

Hoeken komen los van het printbed

De eerste laag hecht onvoldoende. Oplossing: maak het printbed schoon, verwarm het licht (30–45 °C), print de eerste laag langzamer en gebruik een brim. Op een schoon printoppervlak hecht TPU normaal gesproken goed.

Loslatende lagen

Lagen splijten bij het buigen

De lagen hechten niet aan elkaar doordat je te koud of te snel print. Oplossing: verhoog de nozzletemperatuur, verlaag de snelheid, verhoog de extrusiefactor iets en zet de ventilatoren voor de printkoeling lager, zodat de lagen samensmelten.

Afwerking

Voeg een toplaag toe voor het gevoel onder je voet.

Een geprinte TPU-inlegzool werkt ook zonder toplaag, maar een dunne toplaag verandert het gevoel onder je voet en beschermt het geprinte oppervlak tegen slijtage. Veelgebruikte keuzes zijn EVA-schuim (zacht en goedkoop), stof of microvezel (ademend en stroef) en leer of suède (een luxe gevoel). Een toplaag van 1,5–3 mm is gebruikelijk. Een dikkere laag geeft meer demping, maar neemt ook meer ruimte in de schoen in. Stem de dikte dus af op de schoen waarin je de inlegzool gaat dragen.

De toplaag netjes vastlijmen

Gebruik contactlijm, breng op beide oppervlakken een dunne, gelijkmatige laag aan en laat de lijm aandrogen tot die droog aanvoelt. Druk de toplaag vervolgens vanaf de hiel naar voren aan om luchtbellen te verdrijven. Snijd de toplaag pas gelijk met de rand nadat de lijm is uitgehard. Voor de keuze van de hardheid per activiteit en een volledige uitleg over toplagen lees je de gids over TPU-hardheid & toplagen.

Het ontwerp

Nog geen STL voor een inlegzool?

Met deze instellingen kun je elke STL voor een inlegzool printen, maar de pasvorm bepaalt of de zool het dragen waard is. Een algemeen STL-bestand van een online marktplaats is niet naar jouw voet gevormd; een ontwerp op maat wel. Genereer in Ergono3D een inlegzool op maat via een begeleid voetprofiel, zonder CAD of scanner. Bekijk de 3D-preview en exporteer een printklare STL om met de instellingen hierboven te printen. Links en rechts vormen een bij elkaar horend paar, en na een draagtest kun je opnieuw exporteren. Heb je al een bestand waarvan de afmetingen aangepast moeten worden? Pas de maat aan, verbreed de inlegzool of snijd de STL bij voordat je gaat slicen.

Veelgestelde vragen

Antwoorden op je vragen over TPU-inlegzolen printen.

/ 01Welke TPU-hardheid moet ik gebruiken voor inlegzolen?

Er is niet één standaardhardheid. 85A is het zachtst en meestal het lastigst te printen, 95A is het stevigst en meestal het makkelijkst, en 90A zit ertussenin. Kies op basis van het gewenste gevoel en wat je printer goed aankan. De instellingen op deze pagina vormen een voorbeeldprofiel voor 95A. Bekijk de gids over TPU-hardheid & toplagen om een hardheid te kiezen die past bij je activiteit.

/ 02Heb ik een direct-drive-extruder nodig om TPU-inlegzolen te printen?

Een direct-drive-extruder wordt sterk aanbevolen voor flexibel TPU, omdat deze het zachte filament betrouwbaar aanvoert. Een Bowden-opstelling kan TPU printen, maar vraagt om lagere snelheden en een zorgvuldig afgestelde retractie om verstoppingen te voorkomen.

/ 03Waarom ontstaan er draadjes bij het printen van mijn TPU-inlegzool?

Draadjes betekenen meestal dat de nozzle te heet is, de retractie te laag staat of het filament vocht heeft opgenomen. Verlaag de nozzletemperatuur in stappen van 5 °C, stel een bescheiden retractie in en droog het TPU vóór het printen.

/ 04Welke infill moet ik gebruiken voor een TPU-inlegzool?

Ongeveer 20% gyroïde-infill is een gebruikelijk startpunt. Een gyroïde buigt in alle richtingen vrij gelijkmatig. Hoe goed een geprinte inlegzool dempt en hoelang die meegaat, hangt af van het TPU, de wanden, de dichtheid en het gebruik. Controleer dat dus met je eigen proefprint.

/ 05Hoelang duurt het om een paar TPU-inlegzolen te printen?

Ongeveer 5–7 uur per paar, afhankelijk van de maat van de inlegzool, de laaghoogte en de printsnelheid (rond 30 mm/s voor een gelijkmatige extrusie van flexibel filament).

/ 06Kan ik inlegzolen printen op een Bambu Lab- of Prusa-printer?

Ja. Bambu Lab, Prusa en de meeste moderne FDM-printers die flexibel filament aankunnen, kunnen TPU-inlegzolen printen. Laad een printklare STL voor een inlegzool, gebruik de TPU-instellingen hierboven en start de print.

/ 07Hebben TPU-inlegzolen ondersteuning nodig tijdens het printen?

Nee, niet bij een gebruikelijke inlegzoolvorm. Een inlegzool die plat op zijn onderkant wordt geprint, heeft geen steile overhangende delen die ondersteuning nodig hebben. Zonder ondersteuning bespaar je tijd en filament en blijft de onderkant netjes.

/ 08Welk merk TPU moet ik gebruiken?

Kies TPU waarvan het technische gegevensblad print- en drooginstellingen vermeldt en begin daarmee. De aanbevolen temperaturen verschillen per merk. Zo vermeldt Bambu Lab een nozzletemperatuur van 220–240 °C voor TPU 95A HF, terwijl Polymaker 210–230 °C vermeldt voor PolyFlex TPU95. Een constante filamentdiameter helpt ook om flexibel TPU betrouwbaar aan te voeren.

/ 09Hoe droog ik TPU voordat ik ga printen?

Volg het technische gegevensblad van je filament: Bambu Lab (TPU 95A HF) en Polymaker (PolyFlex TPU95) vermelden beide 70 °C gedurende 8 uur. Gebruik een filamentdroger of droogoven met geforceerde luchtcirculatie. Bambu Lab geeft aan dat magnetrons en keukenovens niet geschikt zijn. Drogen is een van de eerste dingen om te proberen bij draadjes en knetterende luchtbelletjes aan het oppervlak.

Van ontwerp tot printbed

Van je STL naar een eerste proefprint.

Genereer een STL voor een inlegzool op maat, gebruik deze TPU-instellingen als uitgangspunt en stel ze af met een proefprint. Zonder CAD, scanner of lab.